Geboren op 11 juli 1968, in Ommoord, Rotterdam, maar uiteindelijk verhuisden we naar Schin op Geul.

Na de middelbare school ben ik de opleiding  meubelmaken gaan doen. Daarna in de interieurbouw gaan werken, maar dat was het niet voor mij.
Ook heb ik bij verschillende andere bedrijven gewerkt, zoals bijvoorbeeld het Bonnefantenmuseum.

Aansluitend heb ik meer dan tien jaar in het onderwijs gewerkt en onderwijl de eerstegraads docentenopleiding beeldende kunst en vormgeving aan de “Academie voor Beeldende Kunst Maastricht” (ABK) afgemaakt.

Wat ik heel belangrijk vind, is het creëren van verbazing. Verbazing is namelijk niet meer van deze tijd en helaas wordt onze huidige wereld bevolkt met enorme populaties van mensen, die alles al gezien hebben.
Op de televisie, de krant of via het Internet en daarom totaal nergens meer op reageren en met verveelde gezichten zichzelf voortsleuren in onze nabije omgeving…
Kijk om je heen en je ziet er gelijk ’n hele hoop!

Na jarenlange dagelijkse praktijk, mag ik beweren dat uitbeeldende expressie, in welke vorm dan ook, extreem belangrijk is voor de algemene vorming van de mens en absoluut niet gemist kan worden om tot volledige ontplooiing te komen op volwassen leeftijd.
Wij spreken dus over de beoefening van muziek-, dans-, drama-, teken- en handvaardigheid en (kunst-) geschiedenislessen waar al deze dingen separaat of in synthese, de revue passeren.
Mijn persoonlijk streven is leerlingen te stimuleren en aan te zetten tot een zo groot mogelijke creativiteit. Je wenst dat ze boven zichzelf uitstijgen en verbaast zijn over hun eigen kunnen!

Ik ben enorm gefascineerd door het hergebruik van materialen.
Als beeldend kunstenaar ben ik dus ook altijd op zoek naar de dingen die ik kan gebruiken. Kom ik ze tegen, dan volgen allerlei onnavolgbare creatieve processen die ik hier dan ook niet ga duiden (Lees:“waar ik zelf totaal niets van begrijp…”).
Deze eindigen meestal in de essentie van ons menselijk bestaan; “Wat de ogen zien, maken de handen stuk…”, en dat laatste mag men zien als de eindeloze deformatie van de materie om ons heen, die de zo mens eigen is.

De vorm waarin wij dit alles gieten wordt door verstandhebbers
non-functionalisme genoemd